Voorwaarden

1. De theorie-examens en de praktijkexamens, die door de Stichting CBR worden afgenomen, kunnen uitsluitend worden aangevraagd door middel van een daartoe door het CBR vastgestelde procedure.

2. Door of namens de aanvrager dient het verschuldigde examengeld tijdig op de daarvoor vastgestelde wijze te worden voldaan. Indien een vastgesteld examen, om welke reden dan ook, geen doorgang vindt, wordt het examengeld, behoudens in door het CBR aan te geven gevallen, niet terugbetaald en dient de aanvrager het examengeld opnieuw te voldoen om wederom in de gelegenheid te worden gesteld een examen af te leggen.

3. De aanvrager van een theorie-examen dient zich tijdig voor de aanvang van het examen te melden in het theorie-examencentrum. De aanvrager die een plaats heeft gereserveerd kan geen aanspraak meer maken op de reservering indien hij zich niet uiterlijk vijf minuten voor aanvang van het examen in het theorie-examencentrum heeft gemeld. De aanvrager die geen plaats voor het theorie-examen heeft gereserveerd, wordt slechts tot het examen toegelaten indien nog plaatsen beschikbaar zijn.

4. De aanvrager van een praktijkexamen dient zich op de hem door of namens CBR bekend gemaakte tijd en plaats te melden bij de examinator. Indien de examinator op dat tijdstip nog niet in de gelegenheid is het examen af te nemen, dient de aanvrager te wachten en zich, zodra de examinator beschikbaar is, opnieuw te melden. Het niet voldoen aan deze bepaling kan het vervallen van het examen tot gevolg hebben.

5. De plaats en het tijdstip die door of namens het CBR voor het afleggen van het examen zijn opgegeven, zullen zoveel mogelijk worden aangehouden. Het CBR en de examinator zijn echter bevoegd om een ander tijdstip of een andere plaats aan te wijzen, indien dit hen nodig of wenselijk voorkomt. Reeds gemaakte kosten of andere schade komen niet voor vergoeding in aanmerking.

6. Een examen kan worden afgebroken en/of ongeldig worden verklaard als blijkt dat de aanvrager bij het afleggen van dat examen onrechtmatig handelt.

7. De aanvrager van een theorie en/of praktijkexamen wordt geacht op de hoogte zijn van de voorwaarden ter verkrijging van een rijbewijs. Indien de Gemeente besluit geen rijbewijs af te geven kan het CBR nimmer verantwoordelijk gesteld worden voor de kosten die de aanvrager heeft gemaakt voor het behalen van een theorie en/of praktijkexamen.

8a. Indien de aanvrager van een theorie-examen ten tijde van het examen niet ingeschreven blijkt te zijn in de Gemeentelijke Basisadministratie dan vervalt de uitslag van het examen. In dat geval zal geen restitutie van het examengeld plaatsvinden.
8b. De uitslag van een theorie-examen wordt niet eerder meegedeeld, dan nadat vast is komen te staan, dat de kandidaat voldoet aan de inschrijving in de Gemeentelijke Basisadministratie.

9. Indien blijkt dat bij de aanvraag door of voor de aanvrager onjuiste gegevens zijn verstrekt om tot het examen te worden toegelaten, zal er geen examenuitslag worden afgegeven en zal er geen restitutie van het examengeld plaatsvinden. Indien zulks pasblijkt nadat toch een examenuitslag is afgegeven, dan zal de uitslag alsnog nietig worden verklaard.

10. De examenuitslag van een theorie-examen voor de categorie AM en voor alle categorieën praktijkexamens, worden na het examen elektronisch geregistreerd in het Centraal Register Rijbewijzen en Bromfietscertificaten (CRB). Deze uitslag blijft tot zes maanden na de examendatum geldig.

11. De Verklaring van Geschiktheid wordt bij afgifte elektronisch geregistreerd in het Centraal Register Rijbewijzen en Bromfietscertificaten (CRB). Deze Verklaring blijft tot één jaar na afgifte geldig.

12. De aanvrager van een praktijkexamen dient vóór de aanvang van het examen een getekend exemplaar van de oproepkaart te overleggen waarop staat vermeld dat er kennis is genomen van de examenvoorwaarden.

13. Indien in de elektronische overdracht van de Verklaring van Rijvaardigheid en/of de Verklaring van Geschiktheid vertraging ontstaat is het CBR niet aansprakelijk voor de reeds gemaakte kosten of andere schade.

14. De aanvrager van een praktijkexamen dient, als hij een motorrijtuig al dan niet ondertoezicht bestuurt, daarbij te voldoen aan alle voorwaarden die bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, het Voertuigreglement, het Reglement rijbewijzen, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 of andere van belang zijnde wettelijke regelingen worden gesteld ten aanzien van het besturen onder toezicht, respectievelijk het besturen van motorrijtuigen. De aanvrager van een praktijkexamen draagt zorg voor een motorrijtuig c.q. samenstel van een trekkend voertuig en aanhangwagen van de categorie waarvoor het rijbewijs wordt verlangd. De aanvrager en de eigenaar/houder van het motorrijtuig c.q. het samenstel staan ervoor in dat het motorrijtuig c.q. het samenstel technisch in een goede staat verkeert en verder geheel voldoet aan de eisen die in de wet stelt aan motorrijtuigen in het algemeen en aan het motorrijtuig c.q. het samenstel van een trekkend motorrijtuig en aanhangwagen van de desbetreffende categorie in het bijzonder. Ook dient het motorrijtuig c.q. het samenstel aan de CBR-eisen te voldoen, die door of vanwege het CBR bekend zijn gemaakt. De examinator mag een motorrijtuig c.q. samenstel afkeuren. Het afnemen van een examen met een motorrijtuig c.q. samenstel houdt geen aanvaarding door het CBR en de examinator in van enige verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid.

15. Ten tijde van het examen mag aan de kandidaat niet de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zijn ontzegd, zijn rijbewijs mag niet zijn ingevorderd en zijn rijbewijs mag niet zijn ingenomen krachtens de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (Stb. 189, 300).16. Leden van de Raad van Toezicht, de directie, examenmanagers van de Stichting CBR, en andere door de directie daartoe gemachtigde personen hebben de bevoegdheid een examen geheel of gedeeltelijk bij te wonen.